Manieren om je vetpercentage te meten

Er zijn verschillende manieren om je vetpercentage te meten. Zo kun je gebruik maken van speciale weegschalen die het vetpercentage kunnen weergeven, van een meetlint en weegschaal of van huidplooimeting.

De meest gebruikte manier om je vetpercentage te meten is de zogenaamde huidplooimeting. Je meet dan met een schuifmaat of klem de dikte van je vetlaag en je huid op verschillende plekken. Vervolgens kun je uit een tabel je vetpercentage aflezen wat hoort bij de gemeten waarden. Voor het meten heb je een soort schuifklem nodig en iemand die je helpt. Je moet op vier plaatsen meten: op je biceps, op je triceps, onder je schouderblad en in je middel. Voor het meten op je bicets laat je je arm hangen, doe je je handpalm naar voren en meet je midden op de voorkant van je bovenarm. Je triceps meten doe je door op de achterkant van de bovenarm te meten. Je meet onder je schouderblad bij het laagste punt en in je middel in je zij, net boven de heuppunt.

Er bestaat ook elektrodiagnose, waarbij de hoeveelheid vetweefsel en spierweefsel bepaald wordt door elektrische lading. Uitgangspunt is het feit dat spieren meer water bevatten en daarom elektriciteit beter geleiden. Bij elektrodiagnose wordt een kleine elektrische lading via de pols naar de enkel gevoerd. Aan de hand hiervan kan het vetpercentage worden gemeten. Deze methode wordt veel gebruikt in weegschalen met vetmeters.

De makkelijkste manier om eenvoudig zelf je vetpercentage te meten is met meetlint en weegschaal. De methode is wel alleen betrouwbaar voor mensen met een lichaam van gemiddelde bouw. Bij deze meetmanier gebruik je je lichaamsgewicht, omtrek van je taille (ter hoogte van je navel) en je geslacht (man of vrouw). Uit een bestaande tabel kun je dan eenvoudig je vetpercentage aflezen of je vult op Internet je gegevens in en krijgt dan het vetpercentage te zien.

Posted in Vetpercentage meten