Het verschil tussen BMI en vetpercentage

De body-mass-index (BMI) vertelt je wat de verhouding is tussen de lengte en het gewicht (of massa) van een persoon is. Het wordt berekend door je gewicht te delen door het kwadraat van je lengte in centimeters. BMI is een ruim begrip en geeft een inschatting van het gezondheidsrisico wanneer gekeken wordt naar lengte. Het laat de verhouding zien tussen de hoeveelheid lichaamsvet in verhouding tot je lengte. Het BMI-getal houdt geen rekening met je lichaamsbouw en de activiteiten die je onderneemt.

Het vetpercentage vertelt je wat de verhouding is tussen je totale gewicht (spieren, botten, organen, bloed en alle andere onderdelen om te leven) en het percentage vet in je lichaam. Lichaamsvetten bepalen of je gezond bent of niet. Met te veel vet loop je een groter risico op gezondheidsproblemen, zoals hart- en vaatziekten. Het vetpercentage wordt vaak gebruikt om fitheid te meten. Je kunt namelijk geen gram afvallen maar wel fitter worden. Dat gebeurt wanneer de hoeveelheid vet in je lichaam lager wordt en je spieren zwaarder worden. Het verlagen van het vetpercentage gebeurt dan bijvoorbeeld omdat je lichaamsvet verliest omdat je veel energie verbrandt, waarbij je ook vaak extra spiermassa opbouwt. Je gewicht blijft misschien hetzelfde (je BMI dus ook), maar de hoeveelheid vet wordt lager en daarmee wordt je gezonder.

Het verschil tussen het BMI en het vetpercentage is wat beide methodes meten en hoe er wordt gemeten. Voor het meten van vetpercentages zijn hulpmiddelen nodig, zoals een meetlint en weegschaal. Daarom kom je op het Internet veel tegen over het BMI als indicatie van een ideaal gewicht. Je BMI zegt echter weinig als het gaat om je gezondheid. Je vetpercentage geeft meer informatie over je werkelijke gewicht, omdat rekening wordt gehouden met je totale spiermassa en de hoeveelheid vet in verhouding tot de rest van je lichaam. Uiteindelijk bepaalt je percentage vet of je last hebt van overgewicht of dat je juist gezond bent, niet de exacte hoeveelheid vet. Iedereen heeft namelijk wel een bepaalde hoeveelheid vet nodig om te overleven. Je gewicht kan bovendien ook deels bepaald worden door spiermassa, wat niet gelijk staat aan overgewicht hebben.

Door de beperkte meting van het BMI, kan een fitte, goedgetrainde atleet hetzelfde BMI-getal hebben als een even groot en even zwaar persoon met overgewicht. Het is echter duidelijk dat beide personen niet op dezelfde manier gezond zijn. Het vetpercentage zal verschillen, omdat de atleet meer spiermassa heeft en de ander meer lichaamsvet.

Posted in Vetpercentage meten